Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2026-2029 Programmabegroting 2026-2029

Kaders voor gezond financieel beleid

De onderstaande kaders zijn gehanteerd bij het maken van nieuwe afwegingen. De kaders zijn niet uitputtend en fungeren als meetlat waarlangs nieuwe ruimtevragers zijn afgewogen. In de uitvoeringspraktijk wordt daarbij het ‘pas toe of leg uit-principe’ gehanteerd. Dat houdt in dat de gekozen toepassing kan verschillen per onderwerp en dat in bijzondere omstandigheden er redenen kunnen zijn om van de gekozen toepassing af te wijken.

Kaders voor gezond financieel beleid

  1. eerst de opgave, dan het plan, dan het geld;
  2. nieuw beleid voor oud beleid (ombuigingen);
  3. we doen het voor het geld dat we ervoor krijgen;
  4. kostendekkendheid;
  5. proactief gebruik maken van subsidies;
  6. integraliteit;
  7. ‘herstelbetalingen uit Den Haag’ komen in plaats van eigen middelen en niet er bovenop;
  8. ontschotten van budgetten;
  9. samen in partnerschap;
  10. zuiver resultaat bestemmen;
  11. zo min mogelijk reserves;
  12. profijtbeginsel;
  13. gezond weerstandvermogen.

1. Eerst de opgave, dan het plan, dan het geld

Nu beginnen we vaak eerst met de financiële claim en daarna met de visie, het plan en de uitwerking. Dat betekent dat middelen lang onbenut blijven (onderuitputting). Nog belangrijker is dat het geen recht doet aan de afweging door de raad. Transparantere beleidsdiscussies met de raad in een eerder stadium, betekent ook een transparanter begrotingsproces. Concreet betekent dit dat er meer pro memorie posten als ruimtevrager in de programmabegroting staan om later in te vullen. Niet alles kan en moet immers tegelijk. Dit kan echter ook leiden tot besluiten zonder financiële dekking waarmee financiële risico’s ontstaan.

2. Nieuw beleid voor oud beleid (ombuigingen)

Met het richtsnoer ‘nieuw voor oud’ wordt bedoeld dat een lopend project of bestaande activiteiten worden beëindigd, als er financiële dekking moet worden gevonden voor een nieuw initiatief. Vanuit de raad is het idee geopperd om een zero-based programma te maken. Dit is een methode om de programmabegroting door te lichten op wat wettelijk verplicht is, wat de vrije afwegingsruimte is, et cetera. Dat kan helpen om de juiste keuzes te maken.

In essentie gaat het om de vraag in welke mate bestaand beleid bijdraagt aan de bestuurlijke doelen. Waar dat niet zo is, ontstaat er ruimte voor heroverweging binnen de totale programmabegroting.

3. We doen het voor het geld dat we ervoor krijgen

Medebewindstaken doen we in principe voor (maximaal) het geld dat we ervoor krijgen. Waar de kosten de beschikbare middelen overschrijden moet worden gezocht naar mogelijkheden om de kosten te beheersen of de inkomsten te vergroten. Dit kan ook in collectief verband, zoals bij de recente arbitrage Jeugdhulp.

4. Kostendekkendheid

Belastingheffingen, leges en tarieven zijn kostendekkend.

5. Proactief gebruik maken van subsidies

Bij grote stedelijke projecten worden doelgerichte acties en lobby ingezet voor succesvolle subsidieverwerving.

Bij het verstrekken van subsidies telt niet de inspanning maar het resultaat. Bij elk van de gemeentelijke doelen wordt bepaald of en zo ja, hoe gesubsidieerde activiteiten een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren ervan.

6. Integraliteit

Opbrengsten en kosten worden zoveel mogelijk in samenhang gepresenteerd. Bij investeringen worden de capaciteit, de duurzaamheid en de Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) aspecten ook meegenomen.

7. ‘Herstelbetalingen uit Den Haag’ komen in plaats van eigen middelen en niet er bovenop

Als er geld komt uit de Den Haag voor een ambitie die al in de programmabegroting is verwerkt en er is niet afgesproken ‘dat we het doen voor het geld dat we ervoor krijgen’, dan komt dit geld ten gunste van het begrotingsresultaat. En kan dus worden ingezet voor andere zaken.

8. Ontschotten van budgetten

Budgetten worden zoveel mogelijk ontschot, om een integrale afweging en het schuiven met budgetten mogelijk te maken met betrekking tot zowel het sociale als het fysieke domein. Tegenvallers worden zoveel mogelijk binnen het domein, het programma of een beleidsveld opgevangen.

9. Samen in partnerschap

Netwerk-besturen betekent ook netwerk-financieren. Wanneer een maatschappelijke opgave samen met andere partners wordt opgepakt, komt de rekening niet alleen bij de gemeente terecht.

10. Zuiver resultaat bestemmen

Budget dat aan het einde van het jaar overblijft gaat naar de algemene reserve.

11. Zo min mogelijke reserves

Algemeen uitgangspunt is om zo min mogelijk reserves te hebben. Bij het instellen van een reserve is het belangrijk om een concreet doel vast te stellen waarvoor de reserve wordt ingesteld, inclusief de geplande looptijd.

12. Profijtbeginsel

Kosten van publieke voorzieningen worden zoveel mogelijk in rekening gebracht bij degenen die daarvan profiteren.

13. Gezond weerstandsvermogen

Het benodigd weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s blijft in gezonde verhouding en ligt tussen de 1,4 en 2,0.