Investeringen hebben als kenmerk dat zij duurzaam zijn. Een investering gaat meerdere jaren mee. Op het moment dat een investering plaatsvindt (aanschaf, bouw) worden uitgaven gedaan. Deze uitgaven leiden echter niet direct tot lasten in de exploitatiebegroting. Op de investering wordt afgeschreven. Toerekening van de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de exploitatie vindt voor de eerste maal plaats in het jaar, nadat de investering is opgeleverd.
Bij het maken van het Investeringsplan 2026-2029 gaan we uit van het Investeringsplan 2025-2028 en voegen we hier de vervangingsinvesteringen van jaarschijf 2029 aan toe. Ten opzichte van de vorige periode is bij de investeringen nog beter de relatie gelegd met de uit te voeren ruimtelijke projecten en de beheerplannen wegen, groen, gemeentelijke gebouwen enzovoort. Daarnaast is kritisch gekeken naar de capaciteitsplanning waardoor de werkzaamheden beter en meer integraal op elkaar afgestemd zijn. Binnen het investeringsplan zijn autonome (vervangings-) investeringen en enkele nieuwe (uitbreidings-) investeringen toegevoegd. Ook zijn er enkele investeringen verschoven in de jaren.
Ten opzichte van de perspectiefnota zijn enkele nieuwe investeringen aangedragen, welke onder het investeringsplan worden toegelicht. Deze nu voorgestelde op te nemen nieuwe investeringen passen niet binnen het eerder vastgestelde kapitaallastenniveau. In deze begroting is daarom het kapitaallastenniveau oplopend opgehoogd met € 53.000,- in 2027, met € 146.000,- in 2028 en met € 254.000,- in 2029.
Het gemiddelde kapitaallastenniveau in de programmabegroting van de gemeente Noordwijk bedraagt in 2026 € 4.600.000,-. In 2026 blijft er binnen het kapitaallastenniveau een bedrag van ongeveer € 989.000,- over. Dit kapitaallastenniveau loopt in de jaren 2031 tot en met 2033 terug naar een niveau tot onder nul. Daarna is weer een surplus op het benutte kapitaallastenniveau behorende bij de vervangingsinvesteringen te zien.
Investering in onderhoud diverse wijken
Nog niet begroot in het huidige Investeringsplan 2026-2029 is het onderhoud van diverse wijken (drie van de tien wijken staan nu opgevoerd). Deze vervangingsinvesteringen worden nog toegevoegd en dit zal ervoor zorgen dat het gemiddelde kapitaallastenniveau mogelijk onder druk komt te staan.
Investering in Integraal Huisvestingsplan Onderwijs
In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2040 zijn investeringen opgenomen tot 2029. De verwachting is dat de gelden die we vanuit het Rijk krijgen en de reserveringen in de Reserve Onderwijshuisvesting niet voldoende zijn om de kapitaallasten behorende bij de investeringen vanuit een geactualiseerd Huisvestingplan Onderwijs te kunnen dekken. Dit gaat dan met name om kostenstijging en investeringen die nog niet in het huidige plan zijn verwerkt.
Bij de opmaak van de Perspectiefnota 2027-2030 of de Programmabegroting 2027-2030 zal een voorstel worden gemaakt om de kapitaallasten behorende bij investeringen in het kader van de onderwijshuisvesting onderdeel te laten worden van het gemiddelde kapitaallastenniveau. De gelden vanuit het Rijk en de benutting van de reserve zullen dan verrekend worden in dat nieuwe gemiddelde kapitaallastenniveau.
In verband met bovenstaande onzekerheden (wijken die nog komen en nieuwe systematiek onderwijshuisvesting) wordt voorgesteld om het niet benutte kapitaallastenniveau van 2026-2029 te reserveren voor de jaren dat het gemiddelde kapitaallastenniveau niet voldoende is. Tot nu toe werd het surplus gestort in de Reserve Verkoop aandelen Nuon.
We moeten in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een investeringsplan presenteren voor de vier begrotingsjaren 2026-2029. Achterliggende aan dit investeringsplan 2026-2029 is inzicht verschaft in de vervangingsinvesteringen voor de komende tien jaar. Dit zal het komende jaar nog verder worden uitgewerkt naar een veertig jarig investeringsplan. Hiermee zijn de investeringen goed in beeld en kan een goede afweging gemaakt worden van deze investeringen binnen het vastgestelde kapitaallastenniveau.