Om uiteindelijk te komen tot het financiële meerjarenperspectief in de Programmabegroting 2026-2029 is een uitgebreid traject voorafgegaan. Onderstaand wordt stapsgewijs aangegeven hoe dit financieel meerjarenperspectief tot stand is gekomen.
Perspectiefnota 2026-2029
Bedragen zijn afgerond op € 1.000,-
| Totaaloverzicht 2026-2029 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
|
Startsituatie Begroting 2025-2028 |
-2.500.000 |
41.000 |
512.000 |
2.186.000 |
|
Totaal autonoom beleid (incidenteel) |
16.000 |
204.000 |
115.000 |
100.000 |
|
Totaal autonoom beleid (structureel) |
3.285.000 |
2.446.000 |
612.000 |
383.000 |
|
Totaal startsituatie - autonoom |
801.000 |
2.691.000 |
1.239.000 |
2.669.000 |
|
Totaal maatregelen prioriteit 1+2 |
64.000 |
-431.000 |
75.000 |
74.000 |
|
Algemene dekkingsmiddelen prioriteit 1+2 |
- |
- |
- |
- |
|
Saldo na maatregelen/dekkingsmiddelen |
865.000 |
2.260.000 |
1.314.000 |
2.743.000 |
|
Totaal nieuw beleid prioriteit 1+2 |
-915.000 |
-1.099.000 |
-1.098.000 |
-1.108.000 |
|
Totaal Perspectiefnota 2026-2029 |
-50.000 |
1.161.000 |
216.000 |
1.635.000 |
|
Amendement PUUR gemeenteberichten |
- |
-52.000 |
-52.000 |
-52.000 |
|
Amendement PvdI tevredenheidsonderzoeken |
-32.000 |
-33.000 |
-34.000 |
-34.000 |
|
Amendement PvdI parkeermanager/naheffing |
114.000 |
119.000 |
124.000 |
129.000 |
|
Financieel effect amendementen |
82.000 |
34.000 |
38.000 |
43.000 |
|
Totaal Perspectiefnota 2026-2029 geamendeerd |
32.000 |
1.195.000 |
254.000 |
1.678.000 |
De startsituatie voor het financieel meerjarenperspectief voor 2026 tot en met 2029 wordt gevormd door het financieel meerjarenperspectief dat is vastgesteld in de Programmabegroting 2025-2028. Gemeenten zijn geconfronteerd met het feit dat het zogenaamde ‘ravijnjaar’ niet financieel gerepareerd zou worden vanuit het Rijk. Met als gevolg lagere inkomsten vanuit het gemeentefonds voor de gemeente Noordwijk.
Hierop heeft de gemeente Noordwijk in de Programmabegroting 2024-2027 en Programmabegroting 2025-2028 ingezet op enerzijds het realiseren van te nemen maatregelen wat leidde tot besparingen. Anderzijds zijn twee algemene dekkingsmiddelen verhoogd vanaf 2026. Dit betrof de forensen- en de parkeerbelasting. Door een verhoging van 4% per belasting werd vanaf 2026 voor in totaal € 251.000,- aan structurele extra inkomsten gegenereerd (respectievelijk € 57.000,- forensen en € 194.000,- parkeren).
Bij het uiteindelijk vaststellen van de Programmabegroting 2025-2028 werd een sluitend financieel meerjarenperspectief gepresenteerd.
Vervolgens is de Perspectiefnota 2026-2029 opgesteld. In deze perspectiefnota heeft het college het autonoom beleid opgevoerd en afgewogen keuzes gemaakt binnen het nieuw beleid (prioriteit 1 en 2 meegenomen) en de te nemen maatregelen (ook prioriteit 1 en 2 meegenomen). De complete overzichten van het autonoom en nieuw beleid en de te nemen maatregelen voor 2026-2029 zijn in de bijlagen van deze programmabegroting toegevoegd.
In de raadsbehandeling van de perspectiefnota zijn vervolgens de perspectiefnota en twee amendementen aangenomen. Eén amendement voor het continueren van de gemeenteberichten en één amendement voor continueren van tevredenheidsonderzoeken en het dekken van de functie van een parkeermanager binnen de inkomsten van de naheffingsaanslagen. Deze beide aangenomen amendementen hadden ook een financieel effect. De begrotingssaldi van de aangenomen geamendeerde perspectiefnota vormen het uitgangspunt voor de Programmabegroting 2026-2029 die nu voorligt.
Programmabegroting 2026-2029
Hieronder wordt de financiële vertaalslag gemaakt naar het financieel meerjarenperspectief van de Programmabegroting 2026-2029.
Bedragen zijn afgerond op € 1.000,-
| Totaal overzicht 2026-2029 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
|
Startsituatie Begroting 2026-2029 (perspectiefnota) |
32.000 |
1.195.000 |
254.000 |
1.678.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Autonome ontwikkelingen |
|
|
|
|
|
Aanstellen gedragswetenschapper Voor Ieder 1 |
-72.000 |
-74.000 |
-76.000 |
-78.000 |
|
Wijziging organisatievorm en indexering Voor Ieder 1 |
-95.000 |
-99.000 |
-103.000 |
-107.000 |
|
Jeugdzorgbegroting 2026 |
-21.000 |
-10.000 |
-14.000 |
-198.000 |
|
Bijstelling kosten Jeugdzorgbegroting |
-550.000 |
-550.000 |
-550.000 |
-550.000 |
|
Actueliseren vergoeding exploitatie Zwembad Binnenzee |
-6.000 |
-6.000 |
-38.000 |
-50.000 |
|
Tariefstelling kostendekkende afvalstoffenheffing |
-129.000 |
-83.000 |
-50.000 |
95.000 |
|
Verplaatsen verkiezingen Tweede Kamer |
- |
- |
130.000 |
- |
|
Bijstellen uitgaven naheffingsaanslagen (+/- gecorrigeerd) |
- |
-206.000 |
-212.000 |
-218.000 |
|
Aanpassing budget OZB, parkeren, toeristen, onvoorzien |
205.000 |
219.000 |
388.000 |
321.000 |
|
Overige aanpassingen (vervoermiddelen, Woo budget etc) |
-52.000 |
-19.000 |
-12.000 |
-26.000 |
|
Ophoging kapitaallastenniveau voor 'nieuwe' investeringen |
- |
-53.000 |
-146.000 |
-254.000 |
|
Autonome ontwikkelingen subtotaal |
-720.000 |
-881.000 |
-683.000 |
-1.065.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal startsituatie - autonoom |
-688.000 |
314.000 |
-429.000 |
613.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Septembercirculaire 2025 |
|
|
|
|
|
Effect Septembercirculaire 2026-2029 |
1.939.000 |
263.000 |
173.000 |
132.000 |
|
Waarvan taakmutaties (voor WSW, CDOKE etc) |
-1.703.000 |
-116.000 |
-43.000 |
-39.000 |
|
Septembercirculaire 2025 subtotaal |
236.000 |
147.000 |
130.000 |
93.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal -/- Septembercirculaire 2025 |
-452.000 |
461.000 |
-299.000 |
706.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Inflatie |
|
|
|
|
|
Inflatie budgetten/subsidies/inkomsten/salarissen |
-71.000 |
-106.000 |
-192.000 |
-337.000 |
|
Totaal -/- mutatie inflatie |
-523.000 |
355.000 |
-491.000 |
369.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Salarislasten |
|
|
|
|
|
Minder uren naar grondbedrijf en uitgevoerde bijstelling |
-140.000 |
-140.000 |
-140.000 |
-140.000 |
|
Totaal -/- mutatie salarislasten |
-663.000 |
215.000 |
-631.000 |
229.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Kapitaallasten (rente/afschrijving) en reserves |
|
|
|
|
|
Extra rentelasten als gevolg renteomslag |
-114.000 |
-101.000 |
-155.000 |
-137.000 |
|
Kapitaallasten (afschrijvingen) en reserves |
77.000 |
135.000 |
-156.000 |
-34.000 |
|
Totaal -/- kapitaallasten en reserves |
-700.000 |
249.000 |
-942.000 |
58.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal begrotingssaldi 2026-2029 |
-700.000 |
249.000 |
-942.000 |
58.000 |
Startsituatie Begroting 2026-2029
De startsituatie voor het financieel meerjarenperspectief voor 2026 tot en met 2029 wordt gevormd door het financieel meerjarenperspectief dat is vastgesteld in de geamendeerde Perspectiefnota 2026-2029.
Autonome ontwikkelingen
Er hebben zich na de perspectiefnota nog een aantal autonome ontwikkelingen voorgedaan. Zo hebben ontwikkelingen rondom Voor Ieder 1 voor hogere lasten gezorgd, werden op basis van de tweede prognose 2025 de kosten vanuit de Jeugdzorgbegroting voor 2026 en verder opgehoogd, stonden in de perspectiefnota de lasten bij de naheffingsaanslagen abusievelijk als baten opgevoerd, heeft er een ophoging plaatsgevonden van inkomsten op basis van voorgaande jaarrekening en is het kapitaallastenniveau opgehoogd voor onder andere de nieuwe investering voor de Mobiliteitsagenda 2024 (prio 1) (zie hiervoor ook hoofdstuk 3.10 Investeringen).
Septembercirculaire 2025
De Septembercirculaire 2025 laat netto (na aftrek van de taakmutaties) een positief effect zien op het financieel meerjarenperspectief.
Inflatie
Op basis van de Septembercirculaire 2025 zijn de juiste bedragen in verband met de inflatie aan de lonen en prijzen (budgetten/inkomsten) toegerekend.
Salarislasten
Er worden in de programmabegroting onder andere minder uren aan de grondexploitatie toegerekend. Als gevolg hiervan komen deze uren op de exploitatie terecht.
Kapitaallasten (rente en afschrijving)
Als gevolg van de nieuw berekende renteomslag zijn de juiste rentelasten toegerekend. Hiernaast zijn de afschrijvingen en reserves op de juiste manier in de programmabegroting verwerkt.
Belangrijke ontwikkelingen
Gemeentefonds: Septembercirculaire 2025
De berekening van de algemene uitkering van het gemeentefonds is gebaseerd op de Septembercirculaire 2025 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Als gevolg van de demissionaire status van het kabinet is er sprake van een beleidsarme circulaire. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 is de accresraming voor het gemeentefonds op basis van de ramingen van het CBS naar beneden bijgesteld. Dit geldt zowel voor de prijsaanpassing als voor volumeaanpassing. Dit levert gemiddeld een daling op van € 300.000,- per jaar. Desondanks neemt de uitkering uit het gemeenfonds voor de gemeente Noordwijk toe. Dit wordt vooral veroorzaakt door stijging van de aantallen van diverse maatstaven. Dit betreft bijvoorbeeld inwoners ouder dan 75 en loonkostensubsidie. Deze aantallen worden ook door het CBS berekent en hierop heeft de gemeente zelf in principe geen invloed.
Hiernaast zijn enkele taakmutaties toegevoegd. Dit betekent dat er geld wordt toegevoegd aan het gemeentefonds, waar ook een taak tegenover staat. Voor 2026 gaat het om € 1.552.000,- voor de regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE). Tot en met 2025 is dit een specifieke uitkering, waar in de jaarrekening verantwoording moet afgelegd over bestedingen, en geldt een terugbetalingsverplichting over niet bestede middelen. Door het bedrag voor 2026 toe te voegen aan de algemene uitkering komen deze verplichtingen voor dat jaar te vervallen.
Ook is er vanaf 2026 € 39.000,- toegevoegd voor laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Deze uitkering vervangt de specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Daarnaast nog enkele kleiner taakmutaties. Overige wijzigingen betreffen het bijstellen van aantallen bij maatstaven.
Door deze aanpassingen, en na aftrek van de taakmutaties, blijft er het volgende positieve effect over ten opzichte van de ramingen op basis van de Meicirculaire 2025 in de perspectiefnota over:
Bedragen afgerond op € 1.000,-
| Effecten Septembercirculaire 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
|
Raming Meicirculaire 2025 |
83.161.000 |
86.012.000 |
86.686.000 |
90.321.000 |
|
Raming Septembercirculaire 2025 |
85.100.000 |
86.275.000 |
86.859.000 |
90.453.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Bruto effect circulaire |
1.939.000 |
263.000 |
173.000 |
132.000 |
|
Waarvan taakmutaties |
-1.703.000 |
-116.000 |
-43.000 |
-39.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Positief netto effect circulaire |
236.000 |
147.000 |
130.000 |
93.000 |
Daarnaast is, net als in de perspectiefnota, een stelpost opgenomen om de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds op te kunnen vangen. Van het totale herverdeeleffect van € 3,9 miljoen is € 2 miljoen reeds volledig verwerkt. Voor het restant is nu uitgegaan van verwerken van 50%. De reden hiervoor is dat er nog studies lopen naar de effecten van de herverdeling en er reden is aan te nemen dat op basis hiervan een bijstelling plaats zal vinden. Het gaat daarbij met name om de maatstaf centrumfunctie, die voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor de grote daling van de algemene uitkering.
Uitgaven jeugdhulp op basis van de Jeugdzorgbegroting
De Jeugdzorgbegroting wordt voor onze regio, en dus ook voor Noordwijk, beheerd door de Serviceorganisatie Zorg (SOZ).
De raming voor de uitgaven jeugdhulp in de regionale verbeterplannen nemen voor de jaren 2026 en verder wederom fors toe. Op basis van het rapport van Kokx & De Voogd is afgesproken dat de afrekening naar de gemeenten met ingang van 2025 gebeurt op basis van de werkelijke kosten van het betreffende jaar. Tot dusver gebeurde dit op basis van de kosten van twee jaar terug (T-2 systematiek). Met de nieuwe afspraken valt het dempend effect weg en is er sprake van een sprong is het uitgavenniveau.
De raming is gebaseerd op de werkelijk voor Noordwijk gemaakte kosten voor 2024 door de Serviceorganisatie Zorg. Deze bleken met € 9,6 miljoen bijna € 1,1 miljoen hoger dan het bedrag dat de gemeente over 2024 betaald. In september 2025 is een tweede prognose voor het lopende jaar verschenen. Daar is wederom een stijging van de kosten te zien en worden de uitgaven ten opzichte van de perspectiefnota 2026 structureel met € 550.000,- verhoogd. Voor 2026 en 2027 is er naast een structurele indexatie van 5% ook sprake van een forse toename van de kosten van gesloten jeugdhulp. Dit is gekoppeld aan gesloten plaatsingen, waarvan de inzet is dit in tijd te beperken. De kosten zijn dan (in principe) incidenteel. Vooralsnog wordt dit alleen voor 2026 en 2027 meegenomen. Op basis hiervan is een meerjarenraming gemaakt. Ten opzichte van de oorspronkelijke raming in onze begroting betekent dit een stijging van € 1.905.000,- voor 2026 en vanaf 2027 € 2.485.000,-.
Taskforce jeugdhulp incidenteel en structureel
Het verbeterplan op basis van het rapport van Kokx & De Voogd houdt in dat voor de jaren 2026 en 2027 extra kosten (respectievelijk € 265.000,- en € 40.000,-) noodzakelijk zijn en dat dit vanaf 2028 structureel € 243.000,- oplevert.