Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2026-2029 Programmabegroting 2026-2029

Risicobeheer

Risicobeheer

Een van de doelstellingen is het beperken van risico’s die de gemeente loopt op het gebied van financiering en liquiditeit. Risico’s zijn in te delen naar rente en krediet.

Renterisico

Het renterisico is de mate waarin het saldo van de rentelasten en -baten verandert door wijzigingen in het rentepercentage. Het renterisico wordt bepaald door de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel van beide normen is de budgettaire risico’s als gevolg van een rentestijging te beperken. Gezien de lage stand van de rente is er sprake van een laag risico.

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarmee de gemeente haar uitgaven mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen met een looptijd < 1 jaar. De kasgeldlimiet is gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van de lasten bij aanvang van het verslagjaar.

De onderstaande tabel laat zien dat de toegestane kasgeldlimiet de komende vier jaar niet zal worden overschreden door de kortlopende financieringsmiddelen.

Bedragen x € 1.000,-

Liquiditeitspositie in relatie tot kasgeldlimiet Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029

Netto vlottende schuld







Vlottende schulden

-

18.311

20.506

18.723

19.447

19.384

Vlottende middelen

48.848

4.227

4.227

4.227

4.227

4.227

Netto vlottende schuld (+) of overschot middelen (-)

-48.848

14.084

16.279

14.496

15.220

15.157

Toegestane kasgeldlimiet







Begrotingstotaal

159.762

165.698

191.513

170.537

179.054

178.321

Kasgeldlimiet (in % van de grondslag)

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Minimum bedrag

300

300

300

300

300

300

Toegestane kasgeldlimiet

13.580

14.084

16.279

14.496

15.220

15.157

Ruimte onder kasgeldlimiet

62.428

-

-

-

-

-

Overschrijding van de kasgeldlimiet








Bij de behandeling van de programmabegroting door de raad op 4 november 2025 is een amendement ‘Multifunctionele hal De Schelft’ aangenomen. Op basis van dit amendement is het overzicht bijgewerkt.

De wens om te financieren met kort of lang geld is afhankelijk van de rentestand. Als de rente op kort geld lager is zal, zo lang als de kasgeldlimiet dit toestaat, met kort geld gefinancierd worden.

De renterisiconorm geeft een weergave van de spreiding van de renterisico’s in de huidige leningenportefeuille over de komende jaren. Door deze spreiding werkt een verandering in de rente vertraagd door op de totale rentelasten. Het renterisico op de vaste leningen wordt bepaald door:

  • het deel van de vaste leningen dat geherfinancierd moet worden door nieuwe vaste leningen;
  • het deel van de vaste leningen waarvan de gemeente een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden (renteherziening op basis van leningsvoorwaarden).

Het renterisico heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar (vaste schuld). Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de aflossingen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet financiering decentrale overheden (Fido) berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen.

De renterisiconorm is volgens ministeriële regelingen voor gemeenten bepaald op 20% van het totale bedrag van de begroting met een minimumbedrag van 2.500.000 euro.

In de onderstaande tabel is de ruimte onder de renterisiconorm weergegeven. Hieruit blijkt dat de renterisiconorm niet is of zal worden overschreden. Het renterisico van de leningenportefeuille is goed gespreid en er blijft de komende jaren sprake van voldoende ruimte onder de renterisiconorm. Er zijn de komende jaren geen geldleningen met een (tussentijdse) renteherziening.

Bedragen x € 1.000,-

Renterisico Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029

Renterisico vaste schulden







Renteherzieningen

-

-

-

-

-

-

Herfinanciering

6.649

4.134

4.506

4.537

2.823

-

Renterisico vaste schulden

6.649

4.134

4.506

4.537

2.823

-

Toegestane renterisiconorm







Begrotingstotaal

159.762

165.698

191.513

170.537

179.054

178.321

Renterisiconorm (in % van de grondslag)

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

Minimum bedrag

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Toegestane renterisiconorm

31.952

33.140

38.303

34.107

35.811

35.664

Toets renterisiconorm







Ruimte onder renterisiconorm

25.303

29.006

33.797

29.570

32.988

35.664

Overschrijding van de renterisiconorm








Bij de behandeling van de programmabegroting door de raad op 4 november 2025 is een amendement ‘Multifunctionele hal De Schelft’ aangenomen. Op basis van dit amendement is bovenstaand overzicht bijgewerkt.

Kredietrisico

Een kredietrisico is het risico dat de tegenpartij (geldnemers) haar verplichtingen niet kan nakomen.

Overigens moet hierbij opgemerkt worden dat de gemeente verplicht is om uitzettingen te doen bij de schatkist of bij andere lichamen die geen toezichtrelatie hebben met de gemeente. Slechts 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000 is uitgezonderd van het schatkistbankieren. Het kredietrisico doet zich dan ook in hoofdzaak voor bij het verstrekken van geldleningen en garanties uit hoofde van de publieke taak.

Het is niet de taak van de gemeente om gelden aan verenigingen of instellingen uit te lenen. Als toch wordt besloten een geldlening uit hoofde van de publieke taak te verstrekken, dan worden, op basis van het huidige Treasurystatuut, zekerheden of garanties geëist.

Het kunnen aantrekken van voordelige geldleningen door verenigingen of instellingen uit hoofde van de publieke taak kan bereikt worden door garantstelling van leningen, te verstrekken aan reguliere banken. Het verstrekken van geldleningen en garanties uit hoofde van de publieke taak kan niet zonder toestemming van de gemeenteraad.

In het verleden zijn geldleningen verstrekt aan de Woningstichting Sint Antonius van Padua. Op 31 december 2025 betreft dit nog een bedrag van € 3.596.772. De gemeente kon destijds onder gunstiger leningsvoorwaarden geld aantrekken dan de woningstichting. In beginsel worden nu geen nieuwe geldleningen meer verstrekt.

De verstrekte geldleningen aan de woningstichting zijn geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De gemeente treedt hierbij overigens weer op als achtervang.

Gelet op de financiële situatie bij de woningstichting is dit verantwoord.

De gemeente Noordwijk staat garant voor een kredietfaciliteit die de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek (GOM) heeft bij de BNG van in totaal € 35 miljoen. Als zekerheid hebben de vijf aandeelhouders ieder daarvoor een bankgarantie ad € 7 miljoen gesteld. Hier is sprake van de uitoefening van de publieke taak.

Ten slotte worden, vanuit de publieke taak volkshuisvesting, sinds 2010 aan starters, zogenoemde startersleningen verstrekt om het kopen van een bestaande woning mogelijk te maken. De gemeente heeft hiervoor een geldlening verstrekt aan de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN), die de middelen beheert ten behoeve van het verstrekken van startersleningen. De starterslening overbrugt het verschil tussen de verwervingskosten van de woning en het bedrag dat de starter maximaal kan lenen volgens de normen van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De starterslening is een lening waarover de eerste drie jaar geen rente en aflossing betaald wordt.

Om bewoners van Noordwijk te helpen om te verduurzamen zoals het isoleren van hun woningen verstrekt de gemeente Noordwijk ook via de SVn sinds 2017 een duurzaamheidslening. Omdat dit een lening betreft komt - op den duur - het geleende bedrag weer terug in het fonds (revolverend fonds).